Kinderopvang kan beter!

Ik ben moeder en maak gebruik van kinderopvang.

Inmiddels een ervaringsdeskundige als het gaat over dit onderwerp en ik deel dan ook graag mijn mening.

Afgelopen zaterdag viel mijn oog op een artikel in NRC, waarin geclaimd wordt dat kinderopvang in Nederland beter geregeld kan worden, zodat dit bijdraagt aan welzijn van zowel moeder als kind en tevens aan de kwaliteit ervan (voor de geïnteresseerden: een vergelijking met Zweden wordt gemaakt).

Ik zelf ben het er helemaal mee eens dat kinderopvang in Nederland aan grote verandering toe is. Allereerst vind ik het volstrekt belachelijk, dat kinderopvangtoeslag gelinkt wordt aan inkomen. Met: hoe meer je verdient (en dus hoe harder je de kinderopvang nodig hebt) hoe minder toeslag je (relatief) krijgt. Wat is namelijk het effect hiervan? Zodra vrouwen “moeder” zijn geworden, gaan ze rekenen: als ik drie dagen ga werken, dan krijg ik zoveel toeslag, maar ga ik een dag meer werken, dan krijg ik zoveel minder toeslag, zodat het me maar xxxxx bedrag (een heel klein bedrag) oplevert voor die extra dag werken. Conclusie: dat ga ik dus niet doen. In mijn ogen moet de overheid moeders niet stimuleren minder te gaan werken (overigens zorgt dit systeem ook voor overmatige hoge kosten voor opvang, maar daar ga ik nu niet verder op in).

Verder was het voor mij bijna onmogelijk om mijn baby, toen drie maanden oud, aan de crèche “af te staan” (zeker omdat ik een fulltime baan had). Een baby van drie maanden ziet er absoluut nog niet uit, alsof hij het zonder jou gaat redden. En ik redde het de eerste weken ook nauwelijks op de werkvloer, zonder mijn baby, wat voor heel wat stress zorgde. Maar aangezien het normaal is in Nederland dat je verlof dan eindigt, hield ik me groot.

Een neveneffect van de huidige situatie is ook, dat het tussen de gezinnen onderling enorm varieert, hoeveel dagen er van de kinderopvang gebruik wordt gemaakt. (Eventuele grootouders die oppassen tel ik even niet mee). Dit levert een gevoel van onzekerheid op bij de kersverse moeder (ben ik een slechte ouder als ik meer/minder ga werken? Wat vinden de andere moeders van mij?). Dit bracht voor mij ook de nodige spanningen met zich mee.

En dan heb ik het nog niet over de kwaliteit van de kinderopvang gehad. Toen mijn zoontje drie was, vertelden de crècheleidsters me al dat hij zich begon te vervelen. Er was niet veel wat ze hem op de crèche konden aanbieden. Ikzelf heb dat als heel vervelend (voor zowel mijn zoontje als mezelf) ervaren. En dat was dus een jaar voordat hij naar school ging.

En toen hij naar school ging: de overgang van 1 leidster per zes kinderen naar 1 juf/meester per dertig kinderen vond ik ook absurd. Maar dat is een ander onderwerp :-).

Concluderend over kinderopvang: Ons huidige systeem van kinderopvang/kinderopvangtoeslag brengt heel veel stress met zich mee, zoals ook terecht in het artikel wordt geconcludeerd. Laten we Zweden inderdaad een klein stukje naar Nederland halen!

In mijn ogen zou de economische afweging die momenteel door heel veel ouders gemaakt wordt een minder grote rol moeten spelen. De juiste afweging in mijn ogen zou moeten zijn: Ben ik er al aan toe om weer te gaan werken? Hoeveel dagen wil ik werken nu ik moeder ben geworden? Wat maakt mij gelukkig?

Ik zelf ben ontzettend blij dat ik een werkende moeder ben (ik geloof erin dat het voor de meeste mensen bijdraagt aan geluk om te werken, werk levert voldoening op, onafhankelijkheid, mogelijkheden jezelf te ontplooien) en ben uiteraard ook dankbaar dat de overheid zich bemoeit met kinderopvang, om het voor moeders mogelijk te maken te werken.

Mijn voorstel is dan ook: maak kinderopvang betaalbaar, maar niet door het uitbetalen van toeslagen aan ouders. Maar dat kan bijvoorbeeld door te investeren in de opvang.