Een terugblik

Er is geen betere dag voor een terugblik 2017 uit te kiezen dan de laatste dag van het jaar.

Voor mij was 2017 niet goed begonnen. Op 3 januari, de eerste werkdag na mijn Kerstvakantie, trok ik op mijn werk de conclusie dat ik het allemaal niet meer trok. Ik had een burnout, dat wist ik wel zeker. Ik had hem aan zien komen, alleen dacht ik dat ik sterker zou zijn. Al zeker een jaar had ik het gevoel, dat ik in alles tekortschoot, alleen deed ik daar niks mee. Gewoon doorgaan en kop in het zand steken. Op deze bewuste 3 januari stortte ik letterlijk in. Ik heb verschrikkelijk gehuild, heb daarna mijn werk afgemaakt (!), en ging toen naar huis. ’s Avonds kwamen de tranen in een gesprek met mijn partner opnieuw, ik kon maar niet ophouden met huilen. Al mijn energie was verdwenen, net als water door een afvoerputje. Het uitspreken van de woorden “het lukt me niet meer” was voor mij voldoende om alle stoppen te doen doorslaan. Eindelijk. Ik was eigenlijk wel een beetje opgelucht, dat ik me niet meer groot hield.

Nu wil ik het in deze blog niet uitgebreid hebben over burnout, maar heel 2017 heeft voor mij (en zeker ook voor mijn gezin) in het teken hiervan gestaan. Een jaar van diep vallen en langzaam overeind krabbelen, met tussendoor weer stapjes terug. Maar ondanks de zwaarte hiervan (nooit geweten dat je je zo leeg kunt voelen!!) kan ik ook optimistisch zeggen, dat ik afgelopen jaar heel veel heb geleerd. Over mezelf met name.

Mijn belangrijkste leerles van afgelopen jaar was eigenlijk, dat ik op de eerste plaats aan mijn eigen behoeften moest gaan denken in plaats van aan anderen en dat ik weer terug moest gaan naar mijn gevoel/intuïtie. Was voor mij een eyeopener. Mijn werk vond ik niet leuk, maar dat deed ik voor het gezinsinkomen. Ik sportte, want vond dat dat gezond was. Ik sprak met vriendinnen af, want ik moest ook nog een sociaal leven hebben naast mijn drukke baan. Ik had een dag ouderschapsverlof, zodat ik er voor de kinderen kon zijn. En die dag moest dan meteen leuk zijn. En ga zo maar door. Kort door de bocht: ik vroeg mezelf dus niet meer af: “wat wil ik, wat vind ik hiervan”, allemaal onder het mom van: “natuurlijk ben je moe, je hebt drie kleine kinderen, je bent verhuisd, je hebt een nieuwe baan, geen wonder dat je het best zwaar vindt” etcetera. Maar ik genoot dus niet meer, ik stond echt in de “survivalmodus”. Dus: vanaf nu weer terug naar mijn gevoel en niet gewoon mijn schouders eronder zetten en denken dat ik elke last wel kan dragen. Vroeg of laat gaat dat mis namelijk.

De eerste “grote” stap die ik nam, was tegen mijn werkgever zeggen, dat ik niet terug zou komen. Ik maakte al lang verkeerde keuzes in werk, en dat ik nu voor mezelf moest uitzoeken hoe verder. Hier ben ik nog steeds trots op. Nu heb ik dan weliswaar geen werk, maar ik zal nu wel een betere keus kunnen maken. Voornemen voor 2018!

De tweede grote stap, was accepteren dat het niet goed met me ging. Niks voor mij om te accepteren, laat staan dat te delen met anderen. Inmiddels heb ik daar geen moeite meer mee, zie hier dit blog.. En doordat ik het zelf kon accepteren, kon ik ook aan mijn herstel gaan werken.

Tot slot heb ik geleerd om “nee”te zeggen. Echt, dat kon ik niet. Maar afgelopen jaar heb ik regelmatig “nee” moeten zeggen, en hiervan leerde ik, dat dat ook prima is!

Om weer terug te blikken op 2017: waar ik dus behoorlijk in de lappenmand lag, was het gelukkig erg rustig in mijn omgeving. Mijn partner is een ontzettend grote steun voor mij geweest, en ondanks mijn kuren blijf hij geduldig. Mijn kinderen vonden het gezellig dat ik zoveel thuis was. Geen grote stressoren kwamen verder op mijn pad.

Ik heb het hele jaar thuisgezeten. Ik heb mijn kinderen dus heel erg veel gezien, zeker in vergelijking met voorgaande jaren. Dit was voor mij het grootste pluspunt van 2017! Ik was misschien niet altijd de leukste moeder, maar ik was er wel. Ik sloot me aan bij een zangkoor. Ik werd vroeger altijd door mijn broers en zussen uitgelachen als ik zei dat ik op zangles wilde, en dat trok ik me dus erg aan, maar ik heb nu toch de stap gezet (“ik wil namelijk zingen”). Verder heb schrikbarend weinig gedaan, maar toch is het jaar omgevlogen. 2017 staat voor mij dus in het teken van “leerproces” en “lappenmand”. Ik weet nu weer veel beter wie ik ben en wat ik belangrijk vind. En ik hoop hiermee in 2018 verder te kunnen gaan, maar dan zonder “lappenmand”. Op hoop van zegen!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een Donkere Kerst

Ik zal het nooit vergeten. Het was september 2003. Ik studeerde geneeskunde en leerde vanalles over de werking van onze hersenen en ons zenuwstelsel. Ze zijn verantwoordelijk voor heel veel lichaamsfuncties. Fascinerend hoe bijvoorbeeld de bewegingen die we maken worden aangestuurd door de hersenen. Als iemand niet in staat is om juiste lichaamsbewegingen te maken (denk bijvoorbeeld aan iemand met een verlamming van een arm), kun je door kennis van de hersenen/het zenuwstelsel, een goede observatie en lichamelijk onderzoek relatief eenvoudig beredeneren waar de afwijking/ ziekte zich zou moeten bevinden. Zo leerden we ook vanalles over stoornissen in looppatronen, die kunnen ontstaan bij een scala aan neurologische ziekten.

In deze zelfde periode ging ik een weekendje naar mijn ouders. We maakten een wandeling over de hei. Mijn moeder liep voor me, en ineens observeerde ik – ja hoor – een afwijkend looppatroon. Circumductie in jargon. Ik zag dat haar rechter been zich in een soort halve cirkel bewoog, in plaats van gewoon rechtuit. Ik kon niet anders dan dit haar te vertellen. “Mam, je loopt echt raar. Je ene been slingert. Dat is niet normaal, daar moet je eens naar laten kijken.” Althans, zoiets zal ik gezegd hebben. Een dochter tegen haar moeder.

Nu is het niet zo vreemd, dat als je geneeskunde studeert, je jezelf (en andere dierbaren) er van verdenkt ziek te zijn. Je leert over ziekte en hierdoor ben je vanzelfsprekend extra alert op je gezondheid, want ziek wil niemand zijn. Er bestaat zelfs een naam voor: kandidatenziekte. Meestal blijkt er natuurlijk niks aan de hand te zijn. Ik was dan ook niet echt onder de indruk van mijn moeders looppatroon, ik ging er vanuit dat ik me wat in het hoofd haalde, en heb er verder geen aandacht meer aan geschonken.

En toen was het de vooravond van Kerst 2003. Na wat met elkaar gedronken te hebben, ging ik lekker slapen. De volgende ochtend stapte ik met mijn moeder in de auto. Ik denk dat we de laatste Kerstinkopen gingen doen. We waren onze straat nog niet uit of mijn moeder vertelde me dat ze bij de neuroloog was geweest. Ze was dusdanig geschrokken van mijn opmerking, dat ze pas in december naar de neuroloog durfde te gaan. Er was inderdaad iets “verkeerds” op haar hersenscan te zien. Het kon iets goedaardigs zijn, of toch niet. Daar gingen ze nu verder onderzoek naar doen. Ze had het mijn broers en zussen de avond ervoor verteld, voordat ik was thuisgekomen.

Nu ben ik er niet trots op, en ik wou dat ik anders had gereageerd, maar ik werd dus boos. Hoe kon het nou, dat ik de avond ervoor iedereen had gezien, maar dat iedereen zijn mond had gehouden? Waarom zei ze het juist nu, nu we samen in de auto wegreden? Had dat niet anders gekund? En natuurlijk was het slecht nieuws, ze hoefde zich voor mij niet groot te houden. Dit kon toch niet anders dan uitgezaaide kanker zijn? Ik wou natuurlijk, dat ik haar omhelsd had, om haar niet weer los te laten. Maar zo is het niet gegaan.

Als ik foto’s van die Kerst terugkijk, dan zie ik dat mijn moeder al doorhad, dat ze dood zou gaan. De rest staat er nog lachend op.

In de weken die volgden, zou mijn moeder halfzijdig verlamd raken en haar spraak verliezen. In het jaar volgde een heel intensief behandeltraject, waarin het soms wat beter, maar vooral heel slecht met haar ging. Kerst 2004 kan ik me totaal niet voor de geest halen, terwijl we toen allemaal wisten, dat het mijn moeders laatste Kerst zou zijn. Ik denk dat ik het helemaal verdrongen heb.

In april 2005 is ze uiteindelijk overleden. 12 jaar geleden inmiddels. Daar schrik ik dan wel van, want ik mis mijn moeder nog elke dag.  En nog steeds lukt het mijn familie, en mijzelf, niet om over haar te praten. We zijn er beter in om over moeilijke dingen te zwijgen, om het verdriet niet toe te laten.

Nu is het de vooravond van Kerst 2017. Je zou naar aanleiding van bovengeschrevene wel kunnen denken dat ik er tegenop zie. Maar toch is niks minder waar. Ik kijk elk jaar weer uit naar Kerst, in de hoop dat ik met mijn gezin en familie er een mooie tijd van kan maken. Een Witte Kerst. Een Kerst, waar we nieuwe herinneringen maken en we (in gedachten) stil staan bij degene die ontbreekt.

 

 

Zonder auto?! Dat kan toch helemaal niet?

Kijk, ik ben een control freak. Ik vind dat een hele vreemde eigenschap van mezelf. Want ik heb zelf vaak genoeg al meegemaakt dat dingen, vaak juist die dingen met een grote impact, gewoon gebeuren. Daar heb je geen enkele invloed op. Dus als het leven gewoon gebeurt, waarom wil ik dan zo graag controle hebben over feitelijk onnozelheden?

Om maar een simpel voorbeeld te geven: ’s ochtends kan ik ontzettend tegen mijn kinderen snauwen, als ik denk niet op tijd naar school te kunnen vertrekken omdat deze of gene aan het treuzelen is. Mijn hartslag schiet omhoog. Ik voel me onprettig. Ik had bedacht met de fiets naar school te zullen gaan, maar nog voordat we buiten staan, wordt er gevraagd: “mama, ah toe, mogen we met de auto? ” Eigenlijk vind je dat grote onzin, fietsen is gezond en het regent toch niet? Maar je was je toch al zo aan het haasten, dus prop je alsnog drie kinderen in de auto en vertrekt enigszins overstuur. Om altijd op tijd op school aan te komen. En ik ken de gedachte: so what, als je eens een keer te laat bent? Helemaal niet erg. Maar toch kan ik ondanks deze gedachte, die ik op zo een ochtend probeer in te prenten, dat stressgevoel niet goed loslaten. Blijkbaar vind ik het gewoon erg belangrijk om altijd op tijd te zijn. Mijn remedie ertegen is gewoon nog eerder proberen klaar te staan voor school. De stress voor te zijn, zeg maar.

Maar soms verbaas ik mijn controlfreakerige-ik ineens. Ik moest, omdat ik mijn baan beëindigde, mijn leaseauto inleveren. Onze enige auto. Mijn hemel, met drie kleine kinderen in een dorp (sommigen noemen het een stad) zonder auto, dat kan toch helemaal niet? Ik was al intensief op gaspedaal.nl allerlei occasions aan het bekijken. Maar ik merkte dat ik er eigenlijk geen zin in had om a. geld uit te geven aan een auto en b. te zoeken. Uiteindelijk besloot ik toen om maar eens een keer zonder auto te zitten, met als achterliggende gedachte dat mocht de nood hoog oplopen, ik alsnog een auto kon kopen. Ik vond dat ik de auto eerst maar eens moest missen. Best flexibel van mezelf, vond ik.

Nou wat er toen gebeurde? Echt helemaal niks negatiefs. Het kan gewoon! Je hoeft gewoon zelf geen auto te hebben. Echt niet. En dat zeg ik, terwijl ik echt enorm veel kilometers op de weg maakte. En wat me nog een meest meevalt: ik fiets nu elke dag naar school, en ik heb geen strijd meer met de kinderen over auto versus fiets. Dat bevalt heel goed. Terwijl ik dacht dat de auto me rust bracht als ik me ’s ochtends moest haasten, merk ik dat het altijd-op-de-fiets me veel meer ontspant.

Hierover moet ik wel zeggen, dat mijn twee jongste kinderen nog niet kunnen fietsen. Ik heb daarom wel geïnvesteerd in een elektrische bakfiets (een Urban Arrow, wat een aanrader!), omdat ik anders wel zeker wist dat ik de auto binnen no time ging missen.

Voorheen nam ik heel vaak de auto, gewoon vanwege het gemak. Heel lui, ook voor kleine afstandjes die ik gewoon op de fiets kon doen. Ik ging ook vaak naar de winkel, nu laat ik de weekboodschappen thuis bezorgen. Bijkomende meevaller: ik geef der aan mijn boodschappen uit, omdat ik zorgvuldig een boodschappenlijst maak. En wat blijkt nog meer? Zoveel plaatsen zijn uitstekend met de trein te bereiken. Ik woon vlakbij een station, maar met een auto voor de deur koos ik bijna nooit voor de trein. Wederom: nu heb ik geen keus, maar de trein nemen bevalt. En is het nodig, dan neem ik ook nog heel graag de OV-fiets om snel op plek van bestemming aan te komen.

En dan blijkt er ook weer zoiets te bestaan als Snappcar. Ik had daar nog nooit van gehoord, maar inmiddels ben ik gebruiker van deze dienst. Waar dit eenvoudig op neerkomt, is dat je van je “buren” (Snappcar-community) hun (occasion) auto kunt lenen, tegen betaling van benzine/km-vergoeding en een huurbedrag/24 uur. Grote voordeel is, dat als je af en toe een auto nodig hebt, dit een stuk voordeliger is dan een eigen auto, en veel goedkoper dan huren via een autoverhuurbedrijf, maar dat je wel goed verzekerd op reis gaat.

Dus heb ik gemerkt, dat er voor alles een oplossing te vinden is. Inmiddels, na 3 maanden, staat er 800 km op mijn km-teller van mijn fiets. En dat in het najaar! Mooi niet met de auto gedaan! De kinderen staan elke ochtend voor school klaar om met de fiets mee te gaan. Zonder te zeuren. Wie had nou geweten dat je auto inleveren stress reduceert? Nou, ik in ieder geval niet! En misschien is mijn geest toch flexibeler dan ik had verwacht! En mocht de nood hoog zijn….

 

 

 

 

 

 

 

Het nieuwe werken

Zucht. Het is helemaal niet eenvoudig om te bloggen. Ik heb afgelopen weken allerlei ideeën vastgelegd in mijn Evernote app. Nog niet uitgewerkt, dat moge duidelijk zijn.  Grootste reden hiervoor is gewoon dit: gebrek aan discipline. Of doorzettingsvermogen.

Ik zag een terugkerend thema in mijn aantekeningen, reden om toch maar even te bloggen. Dat is toch echt de werkvloer. Deze fascineert me enorm.

Ik zal je hieronder uitleggen waarom.

Ten eerste vind ik de werkplek een kunstmatige omgeving. Dit moet ik even uitleggen. Ik zal even een kantoorplek schetsen: Mensen, die niet met elkaar verbonden zijn door een bloedband of vanwege eigen keuze, zitten bij elkaar. De hele dag!! Van ’s ochtends tot ’s avonds achter hun computer en dat dag in/dag uit. Hun werkplek wordt verlicht ( zoals door wetgeving is voorgeschreven), de stoel kun je aanpassen (zoals voorgeschreven) en op basis van je functie zit je daar je werk te doen. Je onderbreekt je werk door een kletspraatje met je collega te maken (ja, die vind je helemaal niet leuk maar het is nu eenmaal je collega dus soms moet je wel) of om een kop koffie te halen (heb je geluk voorziet je baas je van lekkere koffie; zo niet dan drink je slootwater uit een automaat). En natuurlijk heb je regelmatig werkoverleg met je collega’s om bijvoorbeeld te bespreken wat de huidige stand van je werk is. Maar vooral doe je gewoon datgene “waarvoor je bent aangenomen” (in dit voorbeeld is dat in 1 woord aan te duiden als “computerwerk”. En dat is toch echt niet afwisselend werk). Je kunt zelfs naar huis gaan met een gevoel dat je werk niet af is, terwijl je toch de hele dag met dat eentonige werk bent bezig geweest.

Okee, wat vind ik hier nu zo kunstmatig aan? Ik zal het je even schetsen: in tegenstelling tot op kantoor wissel ik thuis mijn “werkzaamheden” continu af, variërend van huishoudelijke taken zoals schoonmaken of boodschappen doen, tot zorgtaken voor kinderen of partner, tot uitvoeren van eigen hobbies (sporten bijvoorbeeld) of andere activiteiten waarmee ik mezelf vermaak. Ik wissel continu van omgeving (thuis-buiten-bij anderen thuis); en spreek af met mensen die ik zelf “heb uitgekozen” en die ik graag zie.

Hierbij bekijk ik telkens wat ik moet doen of wat ik nog even kan uitstellen. Ik beoordeel ook of ik er wel zin in heb en zo nodig pas ik mijn planning hier op aan. Maar wat ik vooral doe: ik doe telkens wat anders. Essentieel voor mij om me lekker te voelen.

Dit gaat dus over mijn “thuistaken” maar dan nu mijn “thuisomgeving versus werkomgeving”. Ik ben gaan wonen op een plek, waar ik graag wilde wonen. Goede voorzieningen, veel natuur in de buurt, aangename sfeer. Vervolgens heb ik mijn huis (samen met partner uiteraard) ingericht zoals ik dat wilde. Naast functionaliteit (een keuken waarin je niet kunt koken is niet handig) vond ik het vooral belangrijk om ook aandacht te geven aan sfeer. Gewoon, mooie dingen aanschaffen, puur omdat je je daar prettig bij voelt. Een fijn huis, waar je graag bent.

Een kantooromgeving daarentegen, hoeft niet eens in een fijne buurt te liggen. Sterker nog, vaak zie ik kantoorpanden allemaal bij elkaar op een industrieterrein staan. Daar zijn dus ook geen normale voorzieningen, zoals een café (ja natuurlijk wel als er geld te verdienen valt) of een Appie, en er komen ook geen “normale mensen” behalve de mensen die er werken. Zo bevreemdend vind ik dat. En hoe mooi het pand ook is ingericht, misschien is je kamer zelfs mooi ingericht, het voelt niet als je eigen thuis.

Dus om even kort samen te vatten wat ik allemaal kunstmatig vind aan de werkplek: je zit samen in een ruimte met mensen, die jij niet hebt uitgezocht. Daar breng je heel wat uren door. En dat in een ruimte, waarin je je niet geinspireerd voelt. Op een lokatie, waar verder niks gebeurt, behalve dat “werken”. Het lijkt een soort afscheiding van de “normale” wereld.

Mocht je je nu afvragen, waarom ik in hemelsnaam werk, dan is het antwoord simpel: uiteraard zie ik de kunstmatigheid van werken in, maar dat is natuurlijk maar 1 aspect. Natuurlijk haal ik ook voldoening uit het werk wat ik doe. Het biedt mij een structuur, het verzorgt voor mij een inkomen.

Ik ben er dankbaar voor, dat ik kan kiezen tussen diverse werkgevers. Ik ben mijn eigen werkgever ook dankbaar voor dat hij mij heeft aangenomen. Ik kom ook in aanmerking met mensen, die geen keuze hebben. Dat lijkt mij heel erg lastig. Dus ik beschouw mezelf als een enorme bofkont, die verbetermogelijkheden ziet. Ik zie het als luxe om over mijn idealen na te mogen denken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Apenrots

Deze Millennial heeft niet veel op met autoriteit. We leven toch niet in een apenwereld? In de apenwereld is het heel gewoon dat er iemand de baas is. En dat de overige “aapjes” hun leider volgen.

De apenleider (lees: je baas) vertoont vooral agressief gedrag om iedereen zover te krijgen dat hij als baas geaccepteerd wordt. Je word dus “leideraap” door zo agressief mogelijk te zijn. Rob Hartgers beschreef in een management magazine heerlijk dat wij mensen op de werkvloer ook net apen zijn. Een tactiek wordt besproken hoe met je nieuwe baas (lees: nieuwe apenleider) om te gaan.

Nou echt vreselijk dus. Wij mensen op de werkvloer gedragen ons dus als apen.

In tegenstelling tot wat er in dat artikel staat beschreven, geloof ik dus niet in deze hiërarchie. Jazeker, om me heen zie ik wel dat het in onze samenleving zo werkt zoals Hartgers beschrijft, maar ik ga ervanuit dat onze samenleving wel aan het veranderen is. Het is bijvoorbeeld niet voor niets dat er steeds meer mensen kiezen om te werken als ZZP-er, gewoonweg, omdat ze niet naar een “aap” willen luisteren. Zij zijn zich bewust van hun eigen kwaliteiten. Ze zijn er ook niet in geinteresseerd om over andere mensen “te apen” (lees: andere mensen aan te sturen).

Duik ik de geschiedenis in (Franse revolutie): zouden de waarden liberté, égalité, fraternité niet veel betere waarden zijn om na te streven op de werkvloer? Vrijheid, om zelf inspraak te krijgen in je werk, gelijkheid, zoals jezelf (uitstekend) behandeld wordt, behandel je ook je broeders/collega’s/klanten (uitstekend). Lijkt me een interessant nieuw model. Ik ga ervanuit dat zodra iedereen kan kiezen wat hij/zij wil doen er interessante ontwikkelingen zullen plaatsvinden. Maar ja, je hebt dan wel een ruimdenkende “baas” nodig die dit toelaat. Als deze alleen aan “produktiviteit” denkt dan wil het niet lukken een veranderslag te maken.

Om nog een toelichting te geven over “hierarchie”: ik wil dit ook niet onderuit schoppen. Ik zie echter dat heel veel mensen aan de top komen doordat ze zich dus als aap gedragen en niet vanwege de kwaliteiten die ze bezitten. En heb je al heel veel baantjes; worden je nog meer banen in je schoot geworpen. Het recht van ” de sterkste” geldt; en niet het recht van “de beste”. Dit betekent dat heel wat mensen tekort wordt gedaan door een veel kleinere groep, die al aan de top staat en daar graag wil blijven. Kijk, daar heb ik wat tegen.

Kort samengevat: wat ik wil zeggen is dit: apengedrag is aangeboren gedrag en is veel om ons heen te zien. Ik zou graag zien dat onze samenleving zich verder ontwikkelt, zodat ieder tot zijn recht kan komen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Happy Millennial!

Zoals beloofd: een titelverklaring. Althans, poging tot.

Eenmaal bezig aan de omschrijving van het “waarom Happy Millennial” ? kwam ik erachter dat ik een Millennial niet zo makkelijk kan omschrijven. Ik had eerst wat punten genoteerd die de Millennial omschrijft; maar ja, dat is in de digitale prullenbak beland.

Alhier mijn tweede poging:

Onterecht wordt  verzucht dat we een lastige generatie zijn. We zijn gewoon anders dan de nu (nog) heersende generatie!

 

Millennials zijn opgegroeid in toenemende welvaart. Ikzelf met van huis uit waarden als “ontwikkel jezelf, studeer, vind een goede baan”. Toen ik echter het huis uitging, en een diploma op zak had, kwamen er economische crises. Vrienden, hoogopgeleid of niet, kwamen moeilijker aan een baan, kregen geen vast contract, hadden grote kans bij reorganisaties ontslagen te worden in het kader van “first in first out” . Dat zet je wel aan het denken over ons “oh zo sociale land”. Jong en ongewenst werkeloos; dat zou toch niet moeten kunnen.
Pensioenopbouw en vaste contracten zijn hierdoor voor de Millennials minder belangrijk geworden, wat voor de generatie voor ons juist erg belangrijke onderwerpen waren. Ikzelf ga ervanuit nooit pensioen te krijgen; ook al betaal ik elke maand mijn premie.
Tegelijkertijd zijn wij opgegroeid toen internet/social media een grote vlucht namen. De Millennials zijn hiermee groot geworden; en wat er met de paplepel in gaat; wordt zich gemakkelijk eigen gemaakt (ook in tegenstelling tot de generatie voor ons). Door het gemakkelijk opdoen van andere/veel kennis, verschuiven prioriteiten. Ook neemt door meer kennis geloofwaardigheid af; bijvoorbeeld voor politici. Hierdoor is de Millennial kritischer geworden in wat hij wil aannemen.
Waar voorheen status en hiërarchie waarden waren om na te streven, is dat omgeslagen in het nastreven van het eigen geluk. Het is immers wel gebleken dat je niet alles in eigen handen hebt.
De Millennial weet dat hijzelf veel te bieden heeft; hij is niet afhankelijk van anderen. De Millennial weet dat hij zichzelf veel aan kan leren. De Millennial wil ook veel leren. De Millennial wil zichzelf ontplooien. Niet alleen in zijn privé leven wil hij zichzelf ontwikkelen op alle vlakken; ook in werk wil hij zichzelf ontwikkelen, hij wil de wereld veroveren, zichzelf optimaal ontplooien is zijn doel geworden. Hiervoor is creativiteit en gulzigheid nodig. Er is immers zoveel mogelijk; de Millennial weet dat als geen ander.
Dan nu de verklaring “Happy”. Ik vind dat bijna een kenmerk van de Millennial. Zoals ik zei wil de Millennial zichzelf optimaal ontplooien; zelfontplooiing draagt bij aan geluk. Maar ik heb de term toch toegevoegd; omdat de Milllennial bewust op zoek is naar geluk. Hierover vast later meer.

Kinderopvang kan beter!

Ik ben moeder en maak gebruik van kinderopvang.

Inmiddels een ervaringsdeskundige als het gaat over dit onderwerp en ik deel dan ook graag mijn mening.

Afgelopen zaterdag viel mijn oog op een artikel in NRC, waarin geclaimd wordt dat kinderopvang in Nederland beter geregeld kan worden, zodat dit bijdraagt aan welzijn van zowel moeder als kind en tevens aan de kwaliteit ervan (voor de geïnteresseerden: een vergelijking met Zweden wordt gemaakt).

Ik zelf ben het er helemaal mee eens dat kinderopvang in Nederland aan grote verandering toe is. Allereerst vind ik het volstrekt belachelijk, dat kinderopvangtoeslag gelinkt wordt aan inkomen. Met: hoe meer je verdient (en dus hoe harder je de kinderopvang nodig hebt) hoe minder toeslag je (relatief) krijgt. Wat is namelijk het effect hiervan? Zodra vrouwen “moeder” zijn geworden, gaan ze rekenen: als ik drie dagen ga werken, dan krijg ik zoveel toeslag, maar ga ik een dag meer werken, dan krijg ik zoveel minder toeslag, zodat het me maar xxxxx bedrag (een heel klein bedrag) oplevert voor die extra dag werken. Conclusie: dat ga ik dus niet doen. In mijn ogen moet de overheid moeders niet stimuleren minder te gaan werken (overigens zorgt dit systeem ook voor overmatige hoge kosten voor opvang, maar daar ga ik nu niet verder op in).

Verder was het voor mij bijna onmogelijk om mijn baby, toen drie maanden oud, aan de crèche “af te staan” (zeker omdat ik een fulltime baan had). Een baby van drie maanden ziet er absoluut nog niet uit, alsof hij het zonder jou gaat redden. En ik redde het de eerste weken ook nauwelijks op de werkvloer, zonder mijn baby, wat voor heel wat stress zorgde. Maar aangezien het normaal is in Nederland dat je verlof dan eindigt, hield ik me groot.

Een neveneffect van de huidige situatie is ook, dat het tussen de gezinnen onderling enorm varieert, hoeveel dagen er van de kinderopvang gebruik wordt gemaakt. (Eventuele grootouders die oppassen tel ik even niet mee). Dit levert een gevoel van onzekerheid op bij de kersverse moeder (ben ik een slechte ouder als ik meer/minder ga werken? Wat vinden de andere moeders van mij?). Dit bracht voor mij ook de nodige spanningen met zich mee.

En dan heb ik het nog niet over de kwaliteit van de kinderopvang gehad. Toen mijn zoontje drie was, vertelden de crècheleidsters me al dat hij zich begon te vervelen. Er was niet veel wat ze hem op de crèche konden aanbieden. Ikzelf heb dat als heel vervelend (voor zowel mijn zoontje als mezelf) ervaren. En dat was dus een jaar voordat hij naar school ging.

En toen hij naar school ging: de overgang van 1 leidster per zes kinderen naar 1 juf/meester per dertig kinderen vond ik ook absurd. Maar dat is een ander onderwerp :-).

Concluderend over kinderopvang: Ons huidige systeem van kinderopvang/kinderopvangtoeslag brengt heel veel stress met zich mee, zoals ook terecht in het artikel wordt geconcludeerd. Laten we Zweden inderdaad een klein stukje naar Nederland halen!

In mijn ogen zou de economische afweging die momenteel door heel veel ouders gemaakt wordt een minder grote rol moeten spelen. De juiste afweging in mijn ogen zou moeten zijn: Ben ik er al aan toe om weer te gaan werken? Hoeveel dagen wil ik werken nu ik moeder ben geworden? Wat maakt mij gelukkig?

Ik zelf ben ontzettend blij dat ik een werkende moeder ben (ik geloof erin dat het voor de meeste mensen bijdraagt aan geluk om te werken, werk levert voldoening op, onafhankelijkheid, mogelijkheden jezelf te ontplooien) en ben uiteraard ook dankbaar dat de overheid zich bemoeit met kinderopvang, om het voor moeders mogelijk te maken te werken.

Mijn voorstel is dan ook: maak kinderopvang betaalbaar, maar niet door het uitbetalen van toeslagen aan ouders. Maar dat kan bijvoorbeeld door te investeren in de opvang.