Het nieuwe werken.

Zucht. Het is helemaal niet eenvoudig om te bloggen. Ik heb afgelopen weken allerlei ideeën vastgelegd in mijn Evernote app. Nog niet uitgewerkt, dat moge duidelijk zijn.  Grootste reden hiervoor is gewoon dit: gebrek aan discipline. Of doorzettingsvermogen.

Ik zag een terugkerend thema in mijn aantekeningen, reden om toch maar even te bloggen. Dat is toch echt de werkvloer. Deze fascineert me enorm.

Ik zal je hieronder uitleggen waarom.

Ten eerste vind ik de werkplek een kunstmatige omgeving. Dit moet ik even uitleggen. Ik zal even een kantoorplek schetsen: Mensen, die niet met elkaar verbonden zijn door een bloedband of vanwege eigen keuze, zitten bij elkaar. De hele dag!! Van ’s ochtends tot ’s avonds achter hun computer en dat dag in/dag uit. Hun werkplek wordt verlicht ( zoals door wetgeving is voorgeschreven), de stoel kun je aanpassen (zoals voorgeschreven) en op basis van je functie zit je daar je werk te doen. Je onderbreekt je werk door een kletspraatje met je collega te maken (ja, die vind je helemaal niet leuk maar het is nu eenmaal je collega dus soms moet je wel) of om een kop koffie te halen (heb je geluk voorziet je baas je van lekkere koffie; zo niet dan drink je slootwater uit een automaat). En natuurlijk heb je regelmatig werkoverleg met je collega’s om bijvoorbeeld te bespreken wat de huidige stand van je werk is. Maar vooral doe je gewoon datgene “waarvoor je bent aangenomen” (in dit voorbeeld is dat in 1 woord aan te duiden als “computerwerk”. En dat is toch echt niet afwisselend werk). Je kunt zelfs naar huis gaan met een gevoel dat je werk niet af is, terwijl je toch de hele dag met dat eentonige werk bent bezig geweest.

Okee, wat vind ik hier nu zo kunstmatig aan? Ik zal het je even schetsen: in tegenstelling tot op kantoor wissel ik thuis mijn “werkzaamheden” continu af, variërend van huishoudelijke taken zoals schoonmaken of boodschappen doen, tot zorgtaken voor kinderen of partner, tot uitvoeren van eigen hobbies (sporten bijvoorbeeld) of andere activiteiten waarmee ik mezelf vermaak. Ik wissel continu van omgeving (thuis-buiten-bij anderen thuis); en spreek af met mensen die ik zelf “heb uitgekozen” en die ik graag zie.

Hierbij bekijk ik telkens wat ik moet doen of wat ik nog even kan uitstellen. Ik beoordeel ook of ik er wel zin in heb en zo nodig pas ik mijn planning hier op aan. Maar wat ik vooral doe: ik doe telkens wat anders. Essentieel voor mij om me lekker te voelen.

Dit gaat dus over mijn “thuistaken” maar dan nu mijn “thuisomgeving versus werkomgeving”. Ik ben gaan wonen op een plek, waar ik graag wilde wonen. Goede voorzieningen, veel natuur in de buurt, aangename sfeer. Vervolgens heb ik mijn huis (samen met partner uiteraard) ingericht zoals ik dat wilde. Naast functionaliteit (een keuken waarin je niet kunt koken is niet handig) vond ik het vooral belangrijk om ook aandacht te geven aan sfeer. Gewoon, mooie dingen aanschaffen, puur omdat je je daar prettig bij voelt. Een fijn huis, waar je graag bent.

Een kantooromgeving daarentegen, hoeft niet eens in een fijne buurt te liggen. Sterker nog, vaak zie ik kantoorpanden allemaal bij elkaar op een industrieterrein staan. Daar zijn dus ook geen normale voorzieningen, zoals een café (ja natuurlijk wel als er geld te verdienen valt) of een Appie, en er komen ook geen “normale mensen” behalve de mensen die er werken. Zo bevreemdend vind ik dat. En hoe mooi het pand ook is ingericht, misschien is je kamer zelfs mooi ingericht, het voelt niet als je eigen thuis.

Dus om even kort samen te vatten wat ik allemaal kunstmatig vind aan de werkplek: je zit samen in een ruimte met mensen, die jij niet hebt uitgezocht. Daar breng je heel wat uren door. En dat in een ruimte, waarin je je niet geinspireerd voelt. Op een lokatie, waar verder niks gebeurt, behalve dat “werken”. Het lijkt een soort afscheiding van de “normale” wereld.

Mocht je je nu afvragen, waarom ik in hemelsnaam werk, dan is het antwoord simpel: uiteraard zie ik de kunstmatigheid van werken in, maar dat is natuurlijk maar 1 aspect. Natuurlijk haal ik ook voldoening uit het werk wat ik doe. Het biedt mij een structuur, het verzorgt voor mij een inkomen.

Ik ben er dankbaar voor, dat ik kan kiezen tussen diverse werkgevers. Ik ben mijn eigen werkgever ook dankbaar voor dat hij mij heeft aangenomen. Ik kom ook in aanmerking met mensen, die geen keuze hebben. Dat lijkt mij heel erg lastig. Dus ik beschouw mezelf als een enorme bofkont, die verbetermogelijkheden ziet. Ik zie het als luxe om over mijn idealen na te mogen denken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Apenrots

Deze Millennial heeft niet veel op met autoriteit. We leven toch niet in een apenwereld? In de apenwereld is het heel gewoon dat er iemand de baas is. En dat de overige “aapjes” hun leider volgen.

De apenleider (lees: je baas) vertoont vooral agressief gedrag om iedereen zover te krijgen dat hij als baas geaccepteerd wordt. Je word dus “leideraap” door zo agressief mogelijk te zijn. Rob Hartgers beschreef in een management magazine heerlijk dat wij mensen op de werkvloer ook net apen zijn. Een tactiek wordt besproken hoe met je nieuwe baas (lees: nieuwe apenleider) om te gaan.

Nou echt vreselijk dus. Wij mensen op de werkvloer gedragen ons dus als apen.

In tegenstelling tot wat er in dat artikel staat beschreven, geloof ik dus niet in deze hiërarchie. Jazeker, om me heen zie ik wel dat het in onze samenleving zo werkt zoals Hartgers beschrijft, maar ik ga ervanuit dat onze samenleving wel aan het veranderen is. Het is bijvoorbeeld niet voor niets dat er steeds meer mensen kiezen om te werken als ZZP-er, gewoonweg, omdat ze niet naar een “aap” willen luisteren. Zij zijn zich bewust van hun eigen kwaliteiten. Ze zijn er ook niet in geinteresseerd om over andere mensen “te apen” (lees: andere mensen aan te sturen).

Duik ik de geschiedenis in (Franse revolutie): zouden de waarden liberté, égalité, fraternité niet veel betere waarden zijn om na te streven op de werkvloer? Vrijheid, om zelf inspraak te krijgen in je werk, gelijkheid, zoals jezelf (uitstekend) behandeld wordt, behandel je ook je broeders/collega’s/klanten (uitstekend). Lijkt me een interessant nieuw model. Ik ga ervanuit dat zodra iedereen kan kiezen wat hij/zij wil doen er interessante ontwikkelingen zullen plaatsvinden. Maar ja, je hebt dan wel een ruimdenkende “baas” nodig die dit toelaat. Als deze alleen aan “produktiviteit” denkt dan wil het niet lukken een veranderslag te maken.

Om nog een toelichting te geven over “hierarchie”: ik wil dit ook niet onderuit schoppen. Ik zie echter dat heel veel mensen aan de top komen doordat ze zich dus als aap gedragen en niet vanwege de kwaliteiten die ze bezitten. En heb je al heel veel baantjes; worden je nog meer banen in je schoot geworpen. Het recht van ” de sterkste” geldt; en niet het recht van “de beste”. Dit betekent dat heel wat mensen tekort wordt gedaan door een veel kleinere groep, die al aan de top staat en daar graag wil blijven. Kijk, daar heb ik wat tegen.

Kort samengevat: wat ik wil zeggen is dit: apengedrag is aangeboren gedrag en is veel om ons heen te zien. Ik zou graag zien dat onze samenleving zich verder ontwikkelt, zodat ieder tot zijn recht kan komen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geluk via de radio

Frank van der Lende is mijn favoriete radio-DJ. Sorry Giel, naar jou luister ik ook graag maar er kan maar 1 de winnaar zijn. Ik kan er niks aan doen, maar ik word gewoon blij van zijn stem op de radio. Zijn stem maakt me gelukkig. Geluk laat zich misschien moeilijk omschrijven, maar volgens mij weet iedereen wanneer hij/zij zich gelukkig voelt. Daar doe je niks aan, dat overkomt je, dat weet je.

Nu zat ik gewoon een boekje te lezen en toen kwam hij ook nog eens onverwacht op de radio. Heerlijk vind ik dat. Ik hoor zijn stem en geniet ervan. Moet toch idioot voor hem zijn dat hij dit veroorzaakt. Maar ik geloof er in dat hij mij via de radio gelukkig kan maken, omdat hij iets doet waar hij goed in is en zelf enthousiast over is. Iets wat ik in mijn werk (en privé; zeg maar: leven) ook nastreef (NB. zoektocht in progress.).

Maar goed, ik hoorde hem dus onverwacht op de radio en toen startte ik maar de computer. Deze onverwachte blog als reactie op zijn uitzending. Vraag me later welke muziek ik heb gehoord of welke grappen hij heeft gemaakt; ik zal het niet weten; maar ik weet wel dat ik er een aangenaam gevoel bij zal hebben gehad.

Enthousiasme, humor, spontaniteit dat is wat mij trekt aan zijn programma. En zelfspot. Maar vooral dus ben ik ervan overtuigd dat hij zijn werk zo goed doet omdat hij in zijn werk zichzelf is (dit laatste is overigens een aanname). En ik ben dus op zoek naar de baan waarin ik mezelf kan zijn. Ik denk dat ik dan het beste uit mezelf kan halen; mezelf ultiem kan ontplooien; mezelf het meest gelukkig kan maken. De droom van deze Millennial.

Happy Millennial!

Zoals beloofd: een titelverklaring. Althans, poging tot.

Eenmaal bezig aan de omschrijving van het “waarom Happy Millennial” ? kwam ik erachter dat ik een Millennial niet zo makkelijk kan omschrijven. Ik had eerst wat punten genoteerd die de Millennial omschrijft; maar ja, dat is in de digitale prullenbak beland.

Alhier mijn tweede poging:

Onterecht wordt  verzucht dat we een lastige generatie zijn. We zijn gewoon anders dan de nu (nog) heersende generatie!

 

Millennials zijn opgegroeid in toenemende welvaart. Ikzelf met van huis uit waarden als “ontwikkel jezelf, studeer, vind een goede baan”. Toen ik echter het huis uitging, en een diploma op zak had, kwamen er economische crises. Vrienden, hoogopgeleid of niet, kwamen moeilijker aan een baan, kregen geen vast contract, hadden grote kans bij reorganisaties ontslagen te worden in het kader van “first in first out” . Dat zet je wel aan het denken over ons “oh zo sociale land”. Jong en ongewenst werkeloos; dat zou toch niet moeten kunnen.
Pensioenopbouw en vaste contracten zijn hierdoor voor de Millennials minder belangrijk geworden, wat voor de generatie voor ons juist erg belangrijke onderwerpen waren. Ikzelf ga ervanuit nooit pensioen te krijgen; ook al betaal ik elke maand mijn premie.
Tegelijkertijd zijn wij opgegroeid toen internet/social media een grote vlucht namen. De Millennials zijn hiermee groot geworden; en wat er met de paplepel in gaat; wordt zich gemakkelijk eigen gemaakt (ook in tegenstelling tot de generatie voor ons). Door het gemakkelijk opdoen van andere/veel kennis, verschuiven prioriteiten. Ook neemt door meer kennis geloofwaardigheid af; bijvoorbeeld voor politici. Hierdoor is de Millennial kritischer geworden in wat hij wil aannemen.
Waar voorheen status en hiërarchie waarden waren om na te streven, is dat omgeslagen in het nastreven van het eigen geluk. Het is immers wel gebleken dat je niet alles in eigen handen hebt.
De Millennial weet dat hijzelf veel te bieden heeft; hij is niet afhankelijk van anderen. De Millennial weet dat hij zichzelf veel aan kan leren. De Millennial wil ook veel leren. De Millennial wil zichzelf ontplooien. Niet alleen in zijn privé leven wil hij zichzelf ontwikkelen op alle vlakken; ook in werk wil hij zichzelf ontwikkelen, hij wil de wereld veroveren, zichzelf optimaal ontplooien is zijn doel geworden. Hiervoor is creativiteit en gulzigheid nodig. Er is immers zoveel mogelijk; de Millennial weet dat als geen ander.
Dan nu de verklaring “Happy”. Ik vind dat bijna een kenmerk van de Millennial. Zoals ik zei wil de Millennial zichzelf optimaal ontplooien; zelfontplooiing draagt bij aan geluk. Maar ik heb de term toch toegevoegd; omdat de Milllennial bewust op zoek is naar geluk. Hierover vast later meer.

Kom maar lente!

Oh heerlijk, de lente is weer begonnen!
Wat fijn dat de dagen weer langer zijn en de nachten korter. Heerlijk die fluitende vogeltjes ’s ochtends. De Nederlandse winter duurt veel te lang.

s Winters dwing ik mezelf vaak naar buiten te gaan. Ik zit overdag veel in de auto, om dan de hele dag binnen te werken, en dan mis ik de frisse lucht enorm. Ik ben ervan overtuigd dat dat heel erg ongezond is, hele dagen binnen zijn (maar al probeer ik mezelf te dwingen zovaak mogelijk naar buiten te gaan, ik moet eerlijk toegeven dat het er te weinig van komt).

En op de een of andere manier slaat dat ineens om. Kom ik veel meer buiten, zonder moeite, en neem ik het opnieuw het voornemen het aankomende winter anders te doen. Maar gelukkig is aankomende winter weer ver weg!

Kinderopvang kan beter!

Ik ben moeder en maak gebruik van kinderopvang.

Inmiddels een ervaringsdeskundige als het gaat over dit onderwerp en ik deel dan ook graag mijn mening.

Afgelopen zaterdag viel mijn oog op een artikel in NRC, waarin geclaimd wordt dat kinderopvang in Nederland beter geregeld kan worden, zodat dit bijdraagt aan welzijn van zowel moeder als kind en tevens aan de kwaliteit ervan (voor de geïnteresseerden: een vergelijking met Zweden wordt gemaakt).

Ik zelf ben het er helemaal mee eens dat kinderopvang in Nederland aan grote verandering toe is. Allereerst vind ik het volstrekt belachelijk, dat kinderopvangtoeslag gelinkt wordt aan inkomen. Met: hoe meer je verdient (en dus hoe harder je de kinderopvang nodig hebt) hoe minder toeslag je (relatief) krijgt. Wat is namelijk het effect hiervan? Zodra vrouwen “moeder” zijn geworden, gaan ze rekenen: als ik drie dagen ga werken, dan krijg ik zoveel toeslag, maar ga ik een dag meer werken, dan krijg ik zoveel minder toeslag, zodat het me maar xxxxx bedrag (een heel klein bedrag) oplevert voor die extra dag werken. Conclusie: dat ga ik dus niet doen. In mijn ogen moet de overheid moeders niet stimuleren minder te gaan werken (overigens zorgt dit systeem ook voor overmatige hoge kosten voor opvang, maar daar ga ik nu niet verder op in).

Verder was het voor mij bijna onmogelijk om mijn baby, toen drie maanden oud, aan de crèche “af te staan” (zeker omdat ik een fulltime baan had). Een baby van drie maanden ziet er absoluut nog niet uit, alsof hij het zonder jou gaat redden. En ik redde het de eerste weken ook nauwelijks op de werkvloer, zonder mijn baby, wat voor heel wat stress zorgde. Maar aangezien het normaal is in Nederland dat je verlof dan eindigt, hield ik me groot.

Een neveneffect van de huidige situatie is ook, dat het tussen de gezinnen onderling enorm varieert, hoeveel dagen er van de kinderopvang gebruik wordt gemaakt. (Eventuele grootouders die oppassen tel ik even niet mee). Dit levert een gevoel van onzekerheid op bij de kersverse moeder (ben ik een slechte ouder als ik meer/minder ga werken? Wat vinden de andere moeders van mij?). Dit bracht voor mij ook de nodige spanningen met zich mee.

En dan heb ik het nog niet over de kwaliteit van de kinderopvang gehad. Toen mijn zoontje drie was, vertelden de crècheleidsters me al dat hij zich begon te vervelen. Er was niet veel wat ze hem op de crèche konden aanbieden. Ikzelf heb dat als heel vervelend (voor zowel mijn zoontje als mezelf) ervaren. En dat was dus een jaar voordat hij naar school ging.

En toen hij naar school ging: de overgang van 1 leidster per zes kinderen naar 1 juf/meester per dertig kinderen vond ik ook absurd. Maar dat is een ander onderwerp :-).

Concluderend over kinderopvang: Ons huidige systeem van kinderopvang/kinderopvangtoeslag brengt heel veel stress met zich mee, zoals ook terecht in het artikel wordt geconcludeerd. Laten we Zweden inderdaad een klein stukje naar Nederland halen!

In mijn ogen zou de economische afweging die momenteel door heel veel ouders gemaakt wordt een minder grote rol moeten spelen. De juiste afweging in mijn ogen zou moeten zijn: Ben ik er al aan toe om weer te gaan werken? Hoeveel dagen wil ik werken nu ik moeder ben geworden? Wat maakt mij gelukkig?

Ik zelf ben ontzettend blij dat ik een werkende moeder ben (ik geloof erin dat het voor de meeste mensen bijdraagt aan geluk om te werken, werk levert voldoening op, onafhankelijkheid, mogelijkheden jezelf te ontplooien) en ben uiteraard ook dankbaar dat de overheid zich bemoeit met kinderopvang, om het voor moeders mogelijk te maken te werken.

Mijn voorstel is dan ook: maak kinderopvang betaalbaar, maar niet door het uitbetalen van toeslagen aan ouders. Maar dat kan bijvoorbeeld door te investeren in de opvang.

Er volgt vast meer over dit onderwerp!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geboorte van mijn blog: eerste bericht!

Hoera! Nadat ik besloot een blog te willen schrijven over de dingen die me bezighouden, liet de gedachte me niet meer los!

Hartkloppingen krijg ik ervan, ik geniet er nu al van dat ik aan iets nieuws begin!

Na wat overdenkingen, inlezen over “hoe maak ik een blog” (met dank aan de groene meisjes.nl), angstgevoelens wegdrukken dan maar gewoon de sprong wagen. Hier is hij dan: mijn eerste blog!

De titel bedenken kostte me weinig moeite. De domeinnaam was (hoe bestaat het!) nog vrij en was dus zo geboren. Om te beginnen maar eerst de titelverklaring. Ik ben een Millennial en streef geluk na. Zo, naam gekozen.

De domeinnaam was dus zo gekozen. Maar dan nog beginnen. Enige angstgedachten moest ik wel onderdrukken. Wat nu als ik een waardeloze schrijver ben… niemand mijn blog leest…. wat nu als ik na 1x te hebben geblogd geen inspiratie meer heb voor een volgend bericht? Maar vooral bleef in mijn achtergrond een stemmetje zeggen: gewoon doen!! En niet uitstellen!!

Ik ben ervan overtuigd dat je in het leven nooit spijt krijgt van de dingen die je hebt gedaan (geprobeerd), wel van de dingen die je niet hebt gedaan.

Mijn fascinatie met geluk en Millennials hoop ik op een later tijdstip nader te verklaren. Het ging mij bij mijn eerste bericht gewoon om “de geboorte” van mijn blog.